04
febTegenstrijdige vergunningen
Geen grotere en tegelijkertijd frivolere ergernis dan een organisatie die onder twee tegenstrijdige vergunningenstelsels valt. Ambtenaar-bashing is dan een ultiem genot. De ware organisatieactivist weet met tegengestelde imperatieven altijd raad: gewoon je gang blijven gaan. Wat ik precies bedoel? Ik zal een voorbeeld geven uit een deel van de samenleving dat bij vele mensen niet of nauwelijks bekend is: de monumentenzorg. Daar tref je loepzuivere Kafkaiaanse systeemidiotie aan.
Nederland is rijk aan historische gebouwen, huizen, fabrieken, bruggen, stadsgezichten en kerken. Wat een beetje oogt valt wel onder de monumentenzorg met al zijn gekke regels en gekke ambtenaren. Zo is er ergens in Nederland een vijfhonderd jaar oud monument, een gotische kerk, die zelfs door Saenredam nog is geschilderd. Deze kerk wordt al een flinke tijd vanwege de secularisering niet meer als kerk maar als museum, tentoonstellingsruimte, concertzaal en congresaccommodatie gebruikt. Niets mis zou je zeggen, ja toch, in het begin ging er van alles mis.
De directie wilde concerten en bijeenkomsten houden voor 800 mensen. En die hoeveelheid was nog altijd tweederde van wat er feitelijk in dat grote gebouw kon. Nu moest daar een vergunning bij de brandweer voor worden aangevraagd. ‘Ja’, zei deze, ‘dat mag alleen wanneer de kerkdeuren naar buiten opengaan. Dus de scharnieren omzetten en dan krijg je een gebruiksvergunning.’ Punt was evenwel dat je aan een kerk die op de monumentlijst staat niet zomaar iets mag veranderen.
Dus werd Monumentenzorg geraadpleegd. ‘O nee, geen sprake van. Die deuren gingen altijd naar binnen open. Dus er mag niets aan veranderen.’ Je begrijpt dat de directie giechelend met de handen in het haar zat. De ene instantie zegt dit en de andere dat en voor je het weet zit je in een machteloze impasse. Niet deze directie: die stelde aan ambtelijke diensten de vraag of ze wilden bepalen of de vergunningen nevengeschikt of bovengeschikt waren en als het laatste het geval zou zijn welke regel dan voor zou gaan: brandveiligheid of de belegen nostalgie van de monumentenzorgambtenaar. Deze vraag werd alweer tien jaar geleden gesteld en ze zijn er nog niet uit. De directeur, die een heuse organisatieactivist is wist wel raad: ‘Zolang zij er niet uit zijn, bepaal ik wat er gebeurt. Want alles mag tenzij iets niet mag.’
Het werd trouwens nog gekker in dezelfde periode: de gemeentelijke milieudienst vond dat er onder de vijf eeuwen oude gotische kerk een parkeergarage moest worden aangelegd om de bezoekers-‘traffic’ af te handelen bij concerten en evenementen. Volledig gestoord. De verstandige burgemeester zei toen: ‘ik neem dit wel in mijn portefeuille.’ Er is nooit meer iets van gehoord.





