01
Jul
Stupidity of the Crowds?
Grote groepen mensen kunnen fantastische dingen presteren. Als je bijvoorbeeld een stier wilt wegen, is er geen betere manier dan een paar duizend mensen het gewicht van de stier te laten schatten en dan het gemiddelde uit te rekenen: ‘ the wisdom of the crowds’. Of je zet de stier natuurlijk op een geschikte weegschaal. Dat kan ook.
Het sleutelwoord bij wisdom of the crowds is ‘kunnen’. Want grote groepen mensen kunnen fantastische dingen presteren. Dat wil nog niet zeggen dat ze het ook altijd doen. Joep Schrijvers twitterde enige tijd geleden over een krantenbericht over een grote groep buurtbewoners die een pedofiel uit zijn huis gesleurd had en vervolgens had afgeranseld. Afgezien van het feit dat eigenrichting niet de beste manier is om een leefbare samenleving te bouwen, bleek achteraf ook nog dat de groep mensen zich vergist had in het adres. Verkeerde man afgetuigd. Jammer. Joep twitterde over dit incident cynisch ‘een mooi geval van wisdom of the crowds’.
Het boek ‘the wisdom of the crowds‘ (2004) bevat prachtige voorbeelden over wat er gebeurt als groepen mensen samen wel iets moois presteren. De schrijver Surowiecki onderkent drie soorten ‘massaswijsheid’: Cognitie (informatieverwerking), Coördinatie en Coöperatie (samenwerking). Die laatste vorm is voor ons als organisatieactivisten het meest interessant.
Om massawijsheid echt een kans te geven is het van groot belang om de utopische fase over te slaan en op de hoogte te zijn van de valkuilen en beperkingen van dit begrip. Surowiecki merkt zelf ook op dat niet elke mensenmassa verstandige dingen doet: ‘Not all crowds (groups) are wise. Consider, for example, mobs or crazed investors in a stock market bubble.‘
Surowiecki geeft vervolgens 4 criteria om irrationele massa’s te onderscheiden van wijze massa’s:
[] elk individu moet over eigen kennis beschikken over het op te lossen probleem
[] elk individu moet onafhankelijk zijn mening vormen over de feiten (dus geen klassiek kuddegedrag zoals bij beleggers in een zeepbel optreedt)
[] specialisatie moet mogelijk zijn, op basis van lokale kennis
[] er moet een aggregatie-methode zijn om uit alle meningen een eindoordeel te destilleren
In de halleluja-fase na de verschijning van het boek, is er massawijsheid nogal eens de hemel in geprezen als een gemakkelijk middel tegen alle kwalen. Maar de voorwaarden die Surowiecki stelt blijken in de praktijk niet altijd makkelijk realiseerbaar.
Daarnaast is er ook fundamentele kritiek mogelijk op massawijsheid. Je kunt stellen dat er problemen zijn waar massawijsheid — bij goede uitvoering — unieke resultaten kan leveren. Het 4e criterium van Surowiecki geeft aan dat er aggregatie moet plaatsvinden. Dat betekent dat er een (al of niet gewogen) gemiddelde van alle opvattingen wordt vastgesteld. Er zijn veel onderwerpen waarbij dat gemiddelde de samengebalde kennis van veel mensen bevat. Bijvoorbeeld bij het voorspellen van de ontwikkeling van complexe systemen (zoals de wereldeconomie) blijkt dat verrassend goed te werken. Het resultaat van de massawijsheid blijkt dan beter te kloppen dan dat van individuele experts.
In andere gevallen gaat het minder goed. Om een extreem voorbeeld te noemen: door wie laat u liever uw openhartoperatie uitvoeren: door één ervaren hartchirurg of door 1000 leken die allemaal een kleine bijdrage mogen leveren?
De schrijver/filosoof Nassim Nicolas Taleb maakt onderscheid tussen vakgebieden waarin echte experts bestaan (bijvoorbeeld techniek of medische wetenschap) en vakgebieden waarin geen echte experts bestaan. Tot de tweede groep rekent hij de economie. In dit vakgebied bestaan volgens Taleb geen echte experts, maar alleen mensen die zich voordoen als experts. In dergelijke vakgebieden is de complexiteit van het onderwerp te groot is en de voorspelbaarheid te gering. Daardoor kan een enkel individu, ongeacht mooie formules of knappe computerprogramma’s onmogelijk zinnige uitspraken doen over de toekomstige ontwikkeling van zo’n systeem.
Juist in die laatste categorie blijkt massawijsheid een oplossing te bieden voor complexiteit die door individuen niet te beheersen of te behappen is.
De link met Rijnlands organiseren dringt zich op. Een eenvoudig technisch proces kun je vaak volledig beheersen en ‘top down’ besturen. Maar zodra systemen complex worden — denk daarbij aan grote organisaties — leidt centrale sturing tot problemen. Zogenaamde experts (’managers’) blijken niet meer de wijsheid in pacht te hebben. Kennis vanuit alle lagen van de organisatie is dan nodig om te zorgen dat de complexiteit niet leidt tot verlamming.




