20
janRijnlands: geen zacht gekookt eitje
Naar aanleiding van mijn pamflet over Rijnlanders en Randlijners heb ik veel reacties gekregen, zowel op de site als via email. Ik dank iedereen voor zijn/haar bijdrage en zal hier reageren. Behalve veel steunbetuigingen, waren er ook kritische reacties. Vooral de vraag in hoeverre je “het zachte” geheel moet uitsluiten en of je ook mensen moet uitsluiten, roept discussie op.
In mijn pamflet heb ik “hard Rijnlands” en “zacht Rijnlands” duidelijk gedefinieerd. Hard Rijnlands is geworteld in de klassieke principes van het Rijnlands organiseren. Zacht Rijnlands is dan al het overige, vooral gekenmerkt door een afkeer van duidelijke grondslagen en een voorkeur voor een hedonistische filosofie van vrijheid-blijheid waarbij iedereen vooral zelf mag invullen wat Rijnlands voor hem of haar betekent: ‘als je er maar blij van wordt’. Ik wil nogmaals met nadruk stellen dat iedereen die zich aangetrokken voelt tot het Rijnlandse omdat dat een totaal vrijblijvende filosofie zou zijn die geheel wars is van regels, afspraken of andere vormen van duidelijkheid, bedrogen uitkomt en zijn heil elders moet zoeken. Zacht Rijnlands volgens deze definitie, is de naam ‘Rijnlands’ niet waardig.
Hard en tegelijk zacht?
Het begrip ‘zacht’ leidt tot nogal wat spraakverwarring. In de context van ‘zacht Rijnlands’ is het iets verwerpelijks. In algemene zin hoeft natuurlijk niet alles wat ‘zacht’ is verwerpelijk te zijn. Rob Lommerse haalt het begrip ‘verbinding’ (tussen mensen) aan als voorbeeld van een zachte waarde die van belang kan zijn. Als je zacht definieert als ‘de menselijk kant van de zaak’ dan is er wat mij betreft niets mis met het begrip ‘zacht’.
Ik herhaal nog maar eens de stelling dat je de principes van Rijnlands organiseren heel duidelijk kunt definiëren en afbakenen. Het ‘zachte’ (in de positieve zin van het woord) is slechts in beperkte mate in de definitie opgenomen. Het betreft dan de mens die werkelijk als mens gezien wordt en niet uitsluitend als vervangbaar productiemiddel. Het is vooral in de uitvoering van Rijnlands organiseren dat er vanuit de principes ruimte ontstaat voor invulling naar eigen inzicht door de vakman/vrouw of professional. Het feit dat die ruimte er is, betekent dat er zo nodig ook plaats is voor een aanpak die je eventueel ‘zacht’ zou kunnen noemen.
Smalle of brede definitie van Rijnlands
De Rijnlandse beweging is met nadruk geen tegenbeweging. Weliswaar ontleent de Rijnlandse beweging haar energie voor een deel aan een breed gevoelde afkeer van Angelsaksisch organiseren, maar ze ontleent beslist niet haar grondslagen daaraan. De steeds vaker opduikende afkeer van het Angelsaksische komt weliswaar tot uitdrukking in een waaier van verschillende ideeën en stromingen, maar het Rijnlands gedachtegoed is van huis uit niet de overkoepelende filosofie van al die ideeën.
Tot slot nog over het uitsluiten van mensen, waarvoor bij sommigen angst leeft. Ik ben van mening dat het in essentie gaat om het uitsluiten van meningen en niet over het uitsluiten van mensen. Maar het is goed om keuzes te durven maken en wat mij betreft is het prima om mensen die duidelijk op verkeerde gronden meelopen, simpelweg eruit te knikkeren. Een afkeer van het uitsluiten van mensen om hun mening vind ik een doorgeschoten vorm van ‘zachtheid’. Binnen de maatschappij als groter geheel en in publieke organisaties is uitsluiting weliswaar verwerpelijk, maar binnen subgroepen met een eigen gedachtegoed of doelstelling, kan het noodzakelijk zijn om stevig te selecteren op meningen.
Enkele voorbeelden. Als ik morgen lid wordt van de vegetariërsbond en vervolgens actie ga voeren voor het serveren van gebakken babyzeehondenvlees op het jaarlijkse congres, dan is het terecht dat ik wegens mijn mening eruit geknikkerd word. Ook wanneer ik probeer het bestuur van de tennisvereniging over te halen om de netten van de banen te verwijderen zodat er eindelijk eens gevoetbald kan worden, treft mij dit lot. Zelfs als ik met de beste bedoelingen probeer om binnen Amnesty International draagvlak te kweken om een deel van het budget te besteden aan de promotie van 16e eeuwse klassieke muziek, zal men mij vriendelijk verzoeken een eigen clubje op te richten.






Eerlijk gezegd behoor ik niet tot de deelnemers van het Groeiprogramma -de naam alleen al weerhoudt me, groeien doe ik zelf wel;-). Maar ik begrijp dat het gaat om een vernieuwing van het Rijnlandse ‘gedachtengoed’ die de strijd met het Angelasaksische model weer aan kan. Mooi en nuttig werk. Des te treuriger is dan om te zien dat er een erg weinig inhoudelijke discussie wordt gevoerd. Het lijkt me erg nuttig en nodig, of je nu een beweging begint of een groeiprogramma, om uitgangpsunten, theoretische fundamenten en referentiekaders helder te benoemen en te omarmen.Ik zie niets van dat alles; misschien dat er op die mooie vrijdagen wat meer van te ontdekken valt, maar hier in ieder geval niet.
Gevolg is een mistig ‘gesprek’ over wel of niet uitsluiten, over hard versus zacht (weinig is zo hard als een oprecht en waarlijk openhartig gesprek overigens)over smal of breed Rijnlands, klassiek en nieuw, zweverig-want-geen-fundament versus degelijk-want-…Een gesprek dat gevoerd wordt met vage argumenten als ‘organisaties moeten wel veranderen, want de samenleving verandert’. Hoezo? Geldt dan ook dat je ander lichaam nodig hebt omdat de wereld verandert? Of een andere levensgezel en een andere kinderen? Lui redeneren noem ik dat.
Bezien vanuit een proces van groepsontwikkeling -mijn business- is dit allemaal heel gewoon: het hoort bij het zoekproces van een beginnende groep: wie zijn wij, waar gaat ons ding over, wie mag dus meedoen en wie niet. Er komt een moment dat het ‘jullie’ zelf wel duidelijk zal zijn (de buitenwereld nog steeds niet) en dan is er ruimte voor de volgende fase: de machtsstrijd. Erg? Nee hoor, het het hoort erbij. Jammer: ja, in zekere zin wel als het zo vaag blijft als de discussie nu wordt gevoerd.
22 januari 2008 om 2:26 pm@Hans: En ik begrijp dan weer niets van jouw mistige kritiek. Dus blijkbaar zitten we op een andere golflengte.
22 januari 2008 om 2:44 pmVolgens mij zitten jullie allebei in hetzelfde groeiprogramma. Komt tijd, komt raad, zeg ik altijd maar.
22 januari 2008 om 5:17 pm