26
Nov
Open brief aan minister Plasterk. Aflevering 2, onder het motto: controle is goed, vertrouwen is beter.
![]()
Geachte heer Plasterk,
In de eerste aflevering van deze open brief heb ik u laten zien dat de aantrekkelijkheid van het onderwijsberoep in de eerste plaats moet worden verbeterd door de bureaucratie terug te dringen. De daardoor vrijkomende gelden kunnen dan voor de verbetering van de inkomenspositie worden gebruikt, in plaats van dat deze bij de studenten worden weggehaald. Ik beloofde u dit nader uit te werken. Deze aflevering gaat over de verantwoordingscultuur, die een belangrijke veroorzaker van bureaucratisering is. Ik geef slechts enkele voorbeelden.
Zo is geld nu leidend geworden voor beslissingen, omdat er in plaats van schoolleiders managers zijn aangetreden, die geen eigen ervaring hebben in het primaire proces en er vaak ook geen affiniteit mee hebben. Terwijl de minimale bureaucratie die nodig is om de overheid als grootste financier tevreden te stellen toch heel wat gemakkelijker gedaan kan worden door een administratie dan door een Management Team.
Het bekostigingsstelsel voor ROC’s zit zo in elkaar dat eerst de afdrachten eraf gaan, en dat daarna de kostprijs wordt bepaald. Iets soortgelijks gebeurt ook bij marktgerichte activiteiten, waarbij afdrachten voor allerlei centrale stafdiensten zodanig kan oplopen (tot 35% maakte ik mee), dat niet meer concurrerend kan worden aangeboden. Alle speelruimte om marktgericht te werken wordt door de bureaucratische omgeving weggenomen.
Internationaal studeren werd eerst apart gefinancierd, maar zit nu in de lump sum, en moet vervolgens apart worden geadministreerd om het zichtbaar te houden.
De lectoraten zijn sinds kort opgenomen in de lump sum en worden niet langer gefinancierd via SKO. Voorwaarde: aparte financiële administratie, door accountants wordt tijdschrijven gevergd van lectoren en kenniskringleden (heus!), aparte registratie, apart kwaliteitssysteem etc etc., kortom, zo ongeveer een apart organisatiehandboek, dat nu vaak al meer dan 500 pagina’s dik is. En ondertussen worden jaarverslagen steeds dikker en gelikter (i.v.m. de concurrentie) en dus duurder (en dan bedoel ik niet de papierprijs).
Deregulering, en dat geldt ook buiten het onderwijs, heeft slechts geleid tot toename van regels vanwege de niet in te dammen behoefte aan controle en verantwoording over steeds meer indicatoren.
En vervolgens gaan de discussies niet meer over de indicatoren en de noodzaak daarvan, maar over de normen, terwijl de indicatoren soms gewoon onjuist zijn. Voorbeeld: contacturen als indicator voor kwaliteit. En dan Kamervragen stellen over het aantal. Iedereen, volgens mij kamerleden ook, weten dat een goede docent zelfs in een beroerde onderwijsorganisatie een fantastische les kan verzorgen en dat een zwakke er niets van bakt, ook al zijn de omstandigheden ideaal. Contacturen als indicator gaat hier volledig aan voorbij. Het is in die zin bijzonder dat studenten zich inzetten voor hogere kwaliteit van de contacturen en bewindslieden en politici voor de kwantiteit ervan. Gemakkelijk meten is het wel.
Dit vraagstuk van kwaliteit en kwantiteit werk ik verder uit. Wordt vervolgd.
Teun van Aken, Culemborg, 26 november 2007, t.vanaken@wxs.nl




