22
junIn de verlenging…
Gisteravond eindigde dan het wonder van Bern. In Basel. De hele wedstrijd al liep Oranje achter de feiten aan. Angst en controledrang zijn slechte raadgevers. Maar met name in de verlening werd pijnlijk duidelijk dat in de uiterst competitieve omgeving die voetbalstadion heet, resultaten uit het verleden geen enkele garantie bieden voor de toekomst. Tegen een jong en geestdriftig team, moesten de routiniers op alle fronten het onderspit delven. Mario Andretti, de wereldberoemde Italiaanse autocoureur die op alle disciplines waaraan hij meedeed de top haalde, zei het al: If you think you have everything under control, you’re just not driving fast enough.
Managers praten, waarschijnlijk bij ontstentenis van contact met de concrete realiteit, graag in sportmetaforen. Word je naar de Verenigde Staten uitgezonden, dan is les 1 die je meekrijgt: Druk je uit in sporttermen. Liefst ontleend aan het American Football. Vermijd vergelijkingen met ons voetbal; van dat spelletje begrijpen Amerikanen helemaal niets.
Ach, zouden ze dat maar wel doen. Dan zouden ze begrijpen dat je kunt worden ingehaald door de Tijd. Dat de jonge generatie het spelletje dat mondialisering heet, veel beter doorheeft dan zij. Dat je met behoudend spel niet de top kunt halen. Dat plannen en controleren in een hoog competitieve omgeving geen nut hebben. Dat als je mensen in een te strak keurslijf laat spelen, ze dramatisch spel op de mat leggen. Dan zouden we ze duidelijk kunnen maken dat het Anglo-Amerikaanse business model allang, al jaren, in de verlening speelt. Maar helaas, zelfs het begrip verlenging kennen ze niet. Hangende in hun eigen metaforendomein denken ze dat je de Tijd kunt stilzetten en op een ander moment de wedstrijd gewoon opnieuw kunt doen…
Maar in ons land, dat als geen ander niet-Angelsaksisch land de Anglo-Amerikaanse manier van managen-in-plaats-van-organiseren heeft omarmd, maar waar tegelijkertijd honderdduizend Oranjefans naar de kwartfinaleplaats Basel trekken, beginnen er krasjes in de opgepoetste logica te komen. Want tegen de rauwe werkelijkheid kunnen zelfs communicatie-cheerleadertjes op den duur niet meer op.
Neem een willekeurige krant. Die van vandaag bijvoorbeeld. NRC Handelsblad. Pagina 3. Psychotherapeut wil ook een keer naar de wc. Met boven deze kop het chapeau: Ggz Instellingen klagen over toename van werkdruk en bureaucratie door invoering marktwerking. Helaas, een alledaags bericht in een gewone krant. De inhoud van het artikel is in feite een vlijmscherpe analyse van de waanzin waarin we terecht gekomen zijn. En die is bizar, erger nog dan de meest vileine column op deze site.
Sinds de introductie van de marktwerking (dat woord leggen we al niet eens meer uit) voor de 110 instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg in 2006, willen de zorgverzekeraars dat de instellingen verantwoording afleggen én elk jaar een paar procent van hun budget inleveren. Terwijl de tijd die zorgverleners moeten verdoen aan administratie in drie jaar meer dan verdubbeld is tot een procent of 30 à 40 van de beschikbare tijd, worden met minder mensen en middelen 6 procent meer volwassenen en 21 procent meer jongeren behandeld.
Het artikel spreekt over registratieterreur (keurig tussen aanhalingstekens natuurlijk) en vraagt zich af wat patiënten daar nu beter van worden (aanhalingstekens). Het volgende neemt de redacteur voor eigen rekening. Iedereen in de ggz hekelt de zogeheten diagnose-behandelcombinatie (dbc’s). Die beschrijven tot in detail uit welke delen een behandeling bestaat. Er zijn 2.200 dbc’s en het vergt tijd voordat een behandelaar weet in welke dbc zijn cliënt past. Elke therapieminuut moet in een dbc worden verantwoord. Bijvoorbeeld het lezen van een e-mail van een patiënt. Want voor elke bundel minuten ontvangt een ggz-instelling geld van de zorgverzekeraar. Door die administratie krijgt de verzekeraar inzicht in de werkwijze van behandelaars, zodat die later beter kan zien waarop hij kan bezuinigen.
Marktwerking is een eufemisme voor georganiseerd wantrouwen. Dat is al vaker en in verschillende toonaarden geadstrueerd op deze site. En de gevolgen zijn altijd dezelfde; mensen die het feitelijke werk moeten doen, haken af. Terwijl tegelijkertijd het aantal managers groeit, evenals de omvang van de zogeheten ondersteunende diensten (alweer zo’n eufemisme).
Daar word je toch niet vrolijk van?, zult u zeggen. En één Agnes Kant in de Tweede Kamer (die onvermoeibaar het vrije marktdenken aan de kaak stelt) maakt toch nog geen zomer? Nou, toch wel. Nog niet zo lang geleden zouden deze geluiden hooguit op de opiniepagina hebben gestaan en zou kritiek op de ideologie van de marktwerking, als zou deze religieus fundamentalistische trekjes beginnen te vertonen, hautain worden afgedaan als echo’s uit het verleden.
Maar tegenwoordig zijn de zaken veelal omgedraaid. Dit is gewoon een redactioneel artikel op pagina 3, terwijl het voorspelbare antwoord hierop hooguit, in sterk ingekorte vorm, aanstaande dinsdag op de opiniepagina een plekje krijgt. En da’s pure winst. Een teken dat er een omwenteling voor de deur staat.
Jawel, ik begin optimistisch te worden. Het inzicht begint te groeien dat als je verkeerde spelregels toepast, het een bloedbad wordt. Want stel je nou voor dat de UEFA gisteravond had besloten om in plaats van het keurig leidende Slowaakse scheidsrechter Lubos Michel een groep arbiters aan te stellen afkomstig uit de National Football League… Stel u voor, u denkt naar de voetbalwedstrijd Rusland-Nederland te gaan en plotseling worden de spelregels veranderd. Blijken we ineens Amarican Football te spelen. Stel u voor dat de spelers niet het veld zouden aflopen, maar gingen proberen het spel mee te spelen… Het zou niet eens tot een verlening gekomen zijn. Er zouden eenvoudigweg geen overlevenden zijn.





