14
oktIch bin Rijnlander
Menig Berliner schoot vreselijk in de lach die 26ste juni van het jaar 1963. All free men, wherever they may live, are citizens of Berlin, hoorden ze de 35e president van de Verenigde Staten zeggen. En toen kwam het: Therefore, as a free man, I take pride in the words: Ich bin ein Berliner! Wist die speechwriter veel dat hij zijn president, door het overbodig lidwoord, zichzelf een gebakje liet noemen.
De meeste fragmenten van deze historische gebeurtenis voor Rathaus Schöneberg stoppen precies bij het laatste woord van de president, maar op deze clip is nog goed de mix van enthousiasme en gelach te horen. Bovendien kun je zien welke indruk deze ‘lost in translation’ op sommige Berliners moet hebben gemaakt.
Later is ook bij hen de portee van deze uitspraak uiteraard volledig doorgedrongen. Daar was geen woord Spaans bij. En nog weer later, nadat het kreng op 9 november 1989 eindelijk was gevallen, veranderde de betekenis opnieuw. De berliner bleek geen vulling te bevatten en in plaats daarvan zat er een gat in het midden. Dat is namelijk precies wat je de zich sindsdien met verhoogde snelheid verspreidende Anglo-Amerikaanse manier van doen kunt verwijten: het is een doughnut; er zit niks in de kern.
Kunnen wij daar nog om lachen? Afgelopen vrijdag gebeurde dat volop. In de zaal van het Grote Rijnland Congres in Vught biggelden de tranen van het lachen bij tijd en wijle over de wangen. Vooral wanneer de leegheid van het Angelsaksische model aan de kaak werd gesteld. Rijnlanders lachen om turfsmurfen en vinkvee, kopte NRC-Handelsblad boven een verslag de volgende dag (met dank aan Steven de Jong). Verder verwijs ik naar vanwoodman.com en rijnland-weblog.nl voor verslagen van de happening. En ook aan opmerkingen op regelzucht.nl en andere plekken dat de vaderlandse politiek weinig te bieden heeft om het holle gat in de doughnut op te vullen, heb ik verder niets toe te voegen.
Wat blijft is de vraag die Vanwoodmanvoorzitter en filosoof Frits Schipper aan het begin van het congres stelde. Er is een verhaal over Henry Ford, die graag in zijn eigen American Dream placht rond te reizen. Op zo’n reis ontmoette hij een indiaan die stoelen sneed. Hoeveel kost z’n stoel, vroeg Henry de indiaan. Vijf dollar. En als ik nu zes identieke stoelen bestel, wat is dan de stuksprijs? De indiaan dacht na en bepaalde zijn prijs: zes dollar. Dat antwoord was tot dan toe niet in het brein van Henry opgekomen. Waarom, vroeg hij verbijsterd. De indiaan antwoordde: saai werk kost meer. Was de indiaan een Rijnlander, zo vroeg Frits Schipper zich af. Die vraag houdt me nu al twee nachten uit de slaap. En nu kom ik tot de conclusie dat het antwoord opnieuw in dat nietige lidwoord schuilt.
Tussen het piekeren door droom ik mijn European dream. Ik droom dat de 44e president van de Verenigde Staten een historische toespraak houdt. Hij verklaart plechtig dat de 43e uit de officiële telling is geschrapt en met terugwerkende kracht de titel president-directeur van de vrije markt heeft gekregen. Hij vertelt over hoe zijn voorvader Henry Ford ontmoette. Dat vrije markt en vrije wereld twee heel verschillende dingen zijn. Dat eentonig en werk zonder bezieling een prijs heeft die wij niet langer wensen te betalen. Dat alleen het beheersen van een vak naar vrijheid leidt. En de enorme mensenmassa, die alle hoeken en gaten van Ground Zero vult, raakt vervuld van de enorme historische betekenis van deze woorden en scandeert: All free men, wherever they may live, are citizens of Berlin. En de indiaan achter de microfoon begrijpt dat nu het moment is om af te rekenen met een reeks van historische blunders en misverstanden. En hij zegt: Therefore, as a free man…
Hij pauzeert en kijkt langdurig rond in de menigte. Kippenvel verschijnt op onderarmen en tranen wellen in ogen. Therefore, as a free man…, zegt hij nogmaals, I take pride in the words:
Ich bin Rijnlander!






Beste Harold,
17 oktober 2007 om 8:33 pmMooi gedroomd; met bloed,zweet en tranen worden dromen werkelijkheid. Het kan dus!