Logo

18

jun

Hopt u maar

duiventil.jpgEen mooie dag voor ontslag’ schrijft Mathijs Bouwman. ‘Zeg je baan op en ontvang twintig procent opslag. Het kan nu, want de arbeidsmarkt staat op springen. Bovendien maak je er ook alle andere Nederlanders rijker mee. [...] Het is voor de economie erg gezond als op gezette tijden een groot deel van de werknemers, tegelijkertijd, op zoek gaan naar ander werk.’

En dan zit op een kwade dag iedereen op een andere stoel in een ander bedrijf. En dan weet dus niemand meer de weg. Ze kennen het product niet, de werkwijze niet, de klanten niet, en ga zo maar door. Misschien wel heel verfrissend, af en toe iemand die zonder een spoortje bedrijfsblindheid eens een nieuw licht op de zaak werpt. Maar een bedrijf vol met dat soort hoppers die het allemaal beter weten, is ook wel heel vermoeiend.

In het gunstigste geval heb je een mix nodig van licht bijziende vakidioten die het bedrijf van haver tot gort kennen, en een handvol duiventiltypes die soms per ongeluk de juiste domme vraag stellen. Daarbij mag je hopen dat de vaste waarden ruim in de meerderheid blijven. Het is zoiets als het Nederlands elftal. Je kunt wel elf toppers bij elkaar in een ploeg gooien, maar het resultaat is vaak belabberd. En dan heb je bij voetbal nauwelijks de hindernis van gebrek aan branche- of bedrijfsspecifieke kennis. Kun je nagaan wat er in het bedrijfsleven gebeurt als iedereen zijn portemonnee achterna hopt. Hoe komt het toch dat na een periode van uitbundige groei, de economie vanzelf in een recessie belandt?

In aanleg heeft Mathijs wel gelijk. In organisaties zitten soms mensen die niet meer tot hun recht komen en die zouden opbloeien als ze eens een nieuwe uitdaging kregen. Overigens zou een goede werkgever misschien die uitdaging ook binnen het bedrijf voor ze kunnen creëren. Maar dat lukt niet altijd zodat verkassen soms een betere oplossing is. Omgekeerd kunnen bedrijven er, zoals net al opgemerkt, baat bij hebben als er af en toe iemand met een frisse blik rondkijkt. Of dat ook echt helpt, hangt natuurlijk vooral af van de alertheid van het bedrijf.

Als het bedrijf toch al ingeslapen is (‘zo doen we het hier nu eenmaal’), heb je wel heel veel hoppers nodig om er beweging in te brengen, en dan nog is de kans groot dat ze massaal afbranden. De oude garde kent immers de weg, en weet al die nieuwlichters gemakkelijk te tackelen. Maar er is nog een voordeel: baanveranderaars die enigszins binnen hun branche of vakgebied blijven, zijn een belangrijke bron van informatieverspreiding. En delen van kennis is een succesfactor voor de economie als geheel.

De essentie van het betoog van Bouwman is echter dat hij adviseert om massaal te jobhoppen. Maar volgens de wet van de afnemende meeropbrengst, levert het nauwelijks voordeel als de bovengenoemde effecten (frisse blik & kennisverspreiding) op grotere schaal optreden. Twee technici weten misschien meer dan eentje, maar zeker niet twee keer zoveel. En dan hebben we het nog niet over een bedrijf met uitsluitend ‘frisse blikken’.

Mijn grootste bezwaar tegen Bouwman’s column, is dat hij de complexiteit van organisaties negeert. Uit onderzoeken (*) over het functioneren van de arbeidsmarkt, blijkt telkens opnieuw dat loyaliteit een succesfactor is die je niet kunt negeren. Soepeler ontslagrecht blijkt bepaalde economische voordelen te hebben (vooral flexibiliteit), maar die voordelen worden ruimschoots gecompenseerd door het nadeel dat werknemers met minder ontslagbescherming ook minder bereid zijn om zich bedrijfsspecifieke kennis eigen te maken. En aanwezigheid van veel bedrijfsspecifieke kennis blijkt van groot belang te zijn voor het succes van bedrijven.

*: Bijvoorbeeld: Rapport ‘arbeidsflexibiliteit en ontslagrecht’, WRR 2007

Deel dit artikel: 

4 Reacties bij “Hopt u maar”

  1. 1
    Pierre Zegt:

    @Martin. Wat Mathijs Bouman zegt, is simpel: kies je eigen weg, kom voor jezelf op! De begrippen ‘complexiteit van organisaties’ of ‘versoepeling van het ontslagrecht’ heb ik niet kunnen vinden. Als je al iets zou willen aanmerken op deze column (los van de aperte oppervlakkigheid die ik van juist van Mathijs niet gewend ben), dan is het dat ‘loyaliteit’ geen plek heeft. Het is een lofzang op de BV-IK. Heertje (Echte economie) zou het denk ik ‘economenbabbel’ noemen, zaken bepalen of afmeten aan variabelen die het geheel onrecht aandoen.

  2. 2
    Martin Swinkels Zegt:

    @Pierre: Je kunt je natuurlijk ook druk maken op de lofzang op de BV-IK zoals die uit de column naar voren komt. Dat is op zich helemaal terecht. Maar dat vond ik een schot voor open doel om over te schrijven. Bovendien lag de overdrijving er op dat punt wel erg duk bovenop bij Bouman. (En dat mag ook, want provoceren hoort bij een goede column.)

    Het puntje dat mij in de column van Bouman het meest opviel, is het negeren van de schadelijke effecten, qua bedrijfsspecifieke kennis, van het massaal van baan wisselen. Volgens mij gaat mijn column daarover en niet over ontslagrecht. Als je goed leest, komt het woord ontslagrecht alleen voor op het moment dat ik naar de WRR verwijs m.b.t. bedrijfsspecifieke kennis. Dat de WRR haar uitspraken over dat soort kennis toevallig doet in de context van het ontslagrecht, betekent niet dat de column van Bouman daarover zou gaan.

    Verder heb je gelijk dat Bouman niet over complexiteit spreekt. Dat beweer ik ook niet. (Het woord BV-IK staat er bijvoorbeeld ook niet in.) Het is mijn conclusie dat wie zo luchtig denkt over het overhevelen van werknemers naar andere bedrijven *klaarblijkelijk* de complexiteit van organisaties ontkent. En dat lijkt me een houdbare stelling.

  3. 3
    Pierre Zegt:

    Het zal de gemiddelde werknemer toch ‘worst’ zijn hoe complex organisaties zijn. Zeker als die complexiteit zich vertaalt in (kennelijk) ondermaatse beloningen.

  4. 4
    ten Berge Zegt:

    De problematiek die hier zijdelings wordt aangesneden is ook in Frankrijk een actueel thema. Ik heb in een recente brief aan het “Ministère du Travail” een voorstel gedaan om het probleem op een andere manier te benaderen. Daarbij speelt de toenemende complexiteit van arbeidsorganisaties wel degelijk een belangrijke rol. Arbeidsorganisaties zijn namelijk steeds steeds meer dynamische arbeidsconfiguraties. De interne samenwerkingsrelaties moeten snel kunnen reageren op externe veranderingen. Dan weer past het profiel van een medewerker daarin perfect, dan weer niet. Bij de professionele voertbalclubs is dat reeds een gangbare praktijk. Een prima speler zit soms een jaar lang op de reservebank omdat ie niet in het basisprofiel van het team past. Zo’n speler wordt dan vaak “uitgeleend” aan een andere club. Welnu, waarom kan dat niet ook in ‘t bedrijfsleven ? Waarom moeten medewerkers in bedrijven perse via de arbeidsmarkt van situatie veranderen ? Ik ben van mening dat er in de toekomst een groeiende economische behoefte zal zijn voor bemiddeling in het tijdelijk uitlenen van werknemers tussen de bedrijven onderling. Daarmee komt de ontslag rechtelijke discussie in een geheel ander perspectief te staan.

Laat een reactie achter.

Ontwerp & Realisatie: @Quest WebDesign.
© 2007 Stichting de OrganisatieActivist. Disclaimer