24
mrtHema en de Bovenbazen
Eigenwijs, of eenheidsworst? Hema staat voor “Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij”, dat klinkt een beetje als eenheidsworst. Maar het tegendeel is waar. Hema is een beetje eigenwijs en een beetje anders. En daarmee hebben ze succes. Maar moedermaatschappij Maxeda wil cashen en haar dochter verkopen aan de hoogste bieder. Dat hoeft niet meteen zo bedreigend te zijn als het klinkt.
Opsplitsing is hier geen logische keuze, dus daar ligt geen gevaar. Bovendien geldt: zolang Hema het goed doet, zal het de gemiddelde rookworstverkoopster een zorg zijn in wiens zakken het aandelendividend vloeit. De wereld van de echte werknemers en die van de aandeelhouders, zijn soms ver van elkaar verwijderd. Je kunt erbij denken aan het beroemde Marten Toonderverhaal van Olie B. Bommel en de Bovenbazen:
Dit is de geschiedenis van de bovenbazen, ook wel de bovenste tien genoemd. Om sterker te staan tegen de hebzuchtige wereld wonen ze in groepsverband in de Gouden Bergen, omringd door voetangels, klemmen en schrikdraad. Daar leiden ze een grauw en vreugdeloos leven, dat ze spannend proberen te maken door hun bezittingen steeds opnieuw onder elkander te ruilen. Zo kan men hier twee van het groepje in gemaakte joligheid aantreffen; Amos W. Steinhacker (die de olie en vijfnegende van de ritssluitingen bezit) en Nahum Grind van de motoren. ‘Ik weet wat,’ sprak de laatste. ‘Als jij me nu een kwart van de petroleum geeft, krijg jij alle fietsen.’ De ander haalde echter de schouders op.’Waarom?’ vroeg hij vermoeid. ‘Ik vind er niets aan, NG! Het hangt me de keel uit. We hebben hier met zijn negenen Alles al en hoe we ook ruilen, er komt toch niets meer bij.’
In de wereld anno 2007 zijn er veel meer bovenbazen. Maar de overeenkomsten met het Bommelverhaal zijn soms schokkend. Ook de huidige bovenbazen van de Hema houden zich verre van het dagelijkse lief en leed op de winkelvloer. Zolang het bedrijf leuke winsten laat zien, of nog beter: telkens stijgende winsten noteert, houden de eigenaren hun handen wel thuis net als de Bovenbazen bij Bommel.
Toch kan het in de echte wereld anders lopen dan in het Bommelverhaal. Het gaat mis zodra de stijgende winstgrafiek op een kwade dag even naar beneden knikt. Dan slaat de paniek toe. Dan komen de decreten van bovenaf. Dan moet er daadkracht getoond worden. Voor je het weet rollen de reorganisaties over de Hema heen. Dan is de eigenwijsheid en de eigen stijl van de Hema opeens de boosdoener, want zo staat het niet in de MBA-leerboeken. Dat moet de Hema gebenchmarked worden met bedrijven die het op dat moment wel goed doen, en keer op keer worden omgevormd en aangepast aan de modellen van nieuwe managers en goeroes, totdat de Hema op een dag, murw gereorganiseerd en uitgeknepen geen schaduw meer van zichzelf is.
De pechvogel die dan als laatste de aandelen kocht, zal ze voor een habbekrats weer voor de hand doen. Met een beetje geluk verkoopt hij ze dan aan een ‘benedenbaas’: iemand die kan ondernemen in de echte wereld, en die het bedrijf oplapt. Maar de oorspronkelijke rookworstenverkoopster die zolang met plezier bij ‘haar Hema’ gewerkt had, is dan allang vertrokken.





