17
janHard versus Zacht: Rijnlanders en Randlijners
De Rijnlandse beweging is ‘alive and kicking’, of verkeerd maar wel mooi vertaald ‘Lebendig und schöpfend’. Dat de Rijnlandse beweging een serieuze omvang begint te krijgen, blijkt uit het feit dat er inmiddels zoveel neuzen bij betrokken zijn, dat die niet meer allemaal dezelfde kant op wijzen. Vroeg of laat leidt dat tot aanvaringen en heftige meningsverschillen. Of we daar beter van worden, mag u zelf beoordelen. In elk geval brengt een stevig debat leven in de brouwerij. Hieronder een oproep tot scheiding der geesten binnen Circus Rijnland. [ Ter toelichting: dit is een bewerking van een bericht aan mede-deelnemers aan een soort van Rijnlandse studiegroep ]
Beste groepgenoten,
Omdat ik altijd degene ben die de zinloos optimistische hoera-stemming in een groep verstoort met kritische opmerkingen, zal ik dat nu ook maar weer doen. Iemand moet nu eenmaal de Theo van Gogh tussen de Jomanda’s zijn. Let op: dit wordt een lang stuk. Dat is op zich al een goed excuus om het niet te lezen, maar wees ook gewaarschuwd voor de harde inhoud.
Ik begrijp best dat het groeiprogramma niet jullie enige activiteit is en dat jullie je dagelijks staande moeten houden in een tsunami van werk en sociale verplichtingen. Maar ik krijg nu al het gevoel dat het groeiprogramma wel erg ver onderaan de prioriteitenlijst bungelt. Als ongeveer niemand zelfs maar een paar minuten weet vrij te maken om op het enthousiaste mailtje van een groepsgenote te reageren, dan vraag ik me af of we een echte groep gaan worden of een stel gehaaste individuen die af en toe op een vrijdag verdwaasd aanschuiven om vragend rond te kijken of iemand al iets bedacht heeft voor die dag. Volgens mij moet het slow, dus met tijd en aandacht. Zo niet, dan leidt het nergens toe.
Als Rijnlandfundamentalist pleit ik voor Deutsche Gründlichkeit. Ik vind het een uitstekend idee dat wij als groep een kraaltje gaan maken voor de groeiende Rijnlandse kralenketting. Maar als het een haastig en slordig afgeraffeld kraaltje moet worden, dan begrijpen we niks van onze eigen uitgangspunten …..
…. die we niet hebben. Want daar moet ik ook nog iets over kwijt. Ik verzet me met kracht tegen vaagtaal als ‘misschien moet je Rijnlands niet willen definiëren‘ (verslag eerste bijeenkomst groep 1). Ten eerste is Rijnlands, of in elk geval klassiek Rijnlands al heel aardig gedefinieerd en in boeken beschreven. Dat het klassieke gedachtegoed moet worden aangepast aan de 21e eeuw mag duidelijk zijn. Ik kan er ook mee leven dat we afspreken dat het niet ónze taak is om het Nieuw-Rijnlands gedachtegoed te definiëren. Ik zou er zelfs mee kunnen leven dat we niet veel woorden vuil maken aan het klassieke gedachtegoed en gewoon aan de slag gaan,onder het motto ‘niet lullen maar poetsen’.
Maar dan verwacht ik wel dat alle deelnemers de basisgedachte en uitgangspunten van het klassieke Rijnlandse model op zijn minst grondig kennen en begrijpen. Ik vraag me al sinds de vorige bijeenkomst van de groep af, hoe het in godsnaam mogelijk is dat mensen deelnemen aan een Rijnlands groeiprogramma zonder er ooit een boek over te hebben gelezen of op enige andere manier zelfs maar in hoofdlijnen te weten waar het over gaat.
Voortbouwend op het onderscheid klassiek versus Nieuw-Rijnlands, zou ik dat laatste willen onderverdelen in hard en zacht Rijnlands. Hard Rijnlands is dan een poging om stevig gefundeerd op het oorspronkelijke gedachtegoed een 21e eeuwse variant te bouwen. Zacht Rijnlands is in mijn ogen een feel-good-beweging, een knuffelreligie die denkt dat Rijnlands de verzamelnaam is voor alle denkbare oplossingen voor datgenen wat het dagelijks werk en het dagelijks leven onaangenaam maakt, zonder zich te bekommeren om een onderliggende filosofie, anders dan ‘als je je er maar goed bij voelt’.
Bij de zachte variant wemelt het van de verloren zielen die zich aangetrokken voelen tot de ietwat alternatieve sfeer en tot louter het idee dat Rijnlands anders is, zonder zelfs de moeite te nemen zich af te vragen wat het inhoudt (laat staan er een boek over te lezen).
Hard Rijnlands is 5% inspiratie en 95% transpiratie. Zacht Rijnlands is louter inspiratie: doe waar je zin in hebt, dan komt alles vanzelf goed. Naar mijn mening leidt inspiratie echter nergens toe zonder een grote dosis transpiratie. Het is discipline versus ongelimiteerd laissez-faire. Ik verwacht eerdaags de eerste workshops ‘Rijnlands Knotwilgen Knuffelen’ en ‘Rust met Rijnlandse Klankschalen’. Ik overdrijf opzettelijk, om het onderscheid duidelijk te maken. Alhoewel: de eerste contacten met het magazine ‘Business Spiritualiteit’ (met de veelzeggende afkorting B.S.) zijn al gelegd vanuit Circus Rijnland.
Joep Schrijvers maakt in zijn laatste column in Slow Management(*) onderscheid tussen de hedonistische stroming van de Britse econoom Richard Layard (gestoeld op ideeën van John Stuart Mill en Jeremy Bentham) en anderzijds de neo-tragische stroming waarvan bijvoorbeeld de filosoof Jos de Mul een exponent is, en die een wat minder optimistisch wereldbeeld heeft. Ik zou zeggen: lees die column van Joep nog even en zie de overeenkomst met zacht versus hard Rijnlands. Mijn onderscheid tussen hard en zacht gaat overigens nog beduidend verder en draagt ook een sterk waardeoordeel in zich.
(*: Wie zelfs geen abonnement heeft op Slow Management, kan zich bij Hester per mail afmelden voor het groeiprogramma).
Iedereen begrijpt inmiddels dat mijn hart niet ligt bij de softe variant. Ook míjn tijd is schaars, toch wil ik graag aan het groeiprogramma meedoen. Maar dan moet het wel ergens over gaan en geen serie vage feel-good-bijeenkomsten worden waarvan iedereen telkens roept dat het weer zo geweldig inspirerend was, maar waarvan niemand kan zeggen waar het nu echt naartoe gaat.
En voor wie nu al denkt ‘nou, nou, het hoeft toch niet altijd ergens naar toe te gaan, soms is de reis zelf het doel en niks mooier dan het vliegtuig bouwen tijdens de vlucht’: jawel dat is allemaal mooi gezegd. Maar in het klassieke Rijnlandse denken is er gewoon een missie, een gezamenlijk doel. De kracht van het Rijnlandse heeft altijd gelegen in de vrijheid binnen de missie en binnen de gestelde kaders. De orders voor het Duitse leger waren nooit ‘kijk vandaag eens zelf wel land je aan wilt vallen en of je je zondagse schoenen of je legerlaarzen erbij aantrekt’.
Op één van de Delimes-middagen sprak ik een zeer geïnspireerde student die zich aangetrokken meende tot het Rijnlandse. Hij legde me uit dat hij na zijn studie op zoek ging naar een bedrijf dat hem vanaf de eerste dag alle vrijheid zou geven om naar hartelust zijn eigen ideeën in praktijk te brengen en alles eens lekker helemaal anders te doen en overhoop te gooien. Dát is dus een typisch geval van zacht Rijnlands: geen idee hebben waar het over gaat, maar vooral lekker je ding willen doen, zonder na te denken over de consequenties. Om het nog maar eens duidelijk te stellen: zacht Rijnlands is volgens mij een drog-filosofie, waarbij allerlei vage hedonistische ideeën het etiket Rijnlands opgeplakt krijgen omdat dat toevallig een populaire term is. Daarom zou ik willen voorstellen om spraakverwarring voortaan te vermijden, en de zachte Rijnlanders aan te duiden met ‘Randlijners’.
Ik roep op tot het uitvechten van de richtingenstrijd binnen de Rijnlandse beweging. Bewegingen die geen uitgangspunten kennen, geen fundament hebben en niet gebaseerd zijn op een heldere missie en een sterke motivatie, zijn ten dode opgeschreven. Waar zijn de Provo’s gebleven? Waarom groeit de SP gestaag terwijl de PvdA wegkwijnt sinds het afzweren van haar ideologie? Waarom is Hamas zo succesvol en legt de corrupte zelfgenoegzame PLO het af? Waarom wordt een meerderheid van ruimdenkende Amerikaanse burgers acht jaar lang in de houdgreep genomen door een kleine kern van neoconservatieve christenfundamentalisten?
De Rijnlandse beweging is een lege huls en een natte wind, als ze de Randlijners niet ontmaskert en wegjaagt. Van luchtballonnen kún je geen ketting rijgen. We hebben duidelijk geformuleerde uitgangspunten en een heldere missie nodig. We moeten investeren in scholing en in de verspreiding van het gedachtegoed. Niet in jolige workshops en Rijnlandse kaasproeverijen.
Terug naar het groeiprogramma. Ik zou aan alle deelnemers van het groeiprogramma willen vragen — of aan de enkeling die de moeite genomen heeft om tot hier te lezen — om te reageren. Dat mag ook kort.
Als we dicht bij de klassieke wortels van het Rijnlands model blijven, en bereid zijn ons serieus in te zetten voor de Rijnlandse zaak, dan kun je op mij rekenen. Als blijkt da ik in een groep Randlijners beland ben die vooral op zoek zijn naar inspiratie, dan ben ik daar niet op mijn plaats. Dan moet ik concluderen dat we niet de geestverwanten zijn die we dachten te zijn, maar tegenstanders.
Met vriendelijke groet,
Martin Swinkels






Prachtig Martin!
16 januari 2008 om 3:20 pmEens met Joep. Maar is het negeren van Wilders niet een betere strategie om van zijn geneuzel af te komen, dan hem te vuur en te zwaard bestrijden? Retorische vraag! Dit geldt natuurlijk onverkort ook voor alle geitenbreiers, ipv -neukers, die, zoals jij zegt een ketting willen rijgen van ballonnen. Laat ze toch lekker. We hebben zelf de keuze ons bij wie of wat dan ook aan te sluiten. Een nodeloze en volkomen zinloze discussie die nu natuurlijk gaat komen is over de vraag wie zich nu een echte rijnlander mag noemen. Je bent het of je bent het niet. Niet lullen maar poetsen.
16 januari 2008 om 4:23 pmNou meneer Swinkels, Ik heb dat mooie blad van u Slow Management gelezen en dat is ook nogal zweverig zeg! Ze hadden het beter Business Spiritualiteit kunnen noemen. Gaan ze binnenkort echt samen?
16 januari 2008 om 5:37 pmEen stevig debat over richting prima! Hierin past naar mijn mening geen uitsluiting van mensen en zienswijzen. Ik voel niets voor een debat dat moet uitmonden in dogma´s.
16 januari 2008 om 7:09 pm@Arjan: Geen mensen uitsluiten? Dat is ook een voorbeeld van de vage softheid waar ik me tegen verzet. Is het soms te zielig om mensen uit te sluiten? De maatschappij als geheel moet natuurlijk geen mensen uitsluiten, maar binnen een beweging die een gedachtegoed wil uitdragen, moet je beslist mensen durven uitsluiten. Wie het niet eens is met de Rijnlandse grondbeginselen, die moet opduvelen.
Zo werkt het overal en dat is goed. Soms wil je debatteren met echte tegenstanders, en soms wil je werken om een doel te bereiken samen met gelijkgestemden.
Degene die vindt dat er teveel buitenlanders in Nederland zijn, moet niet zeuren als hij buitengesloten wordt bij GroenLinks of bij Vluchtelingenwerk.
En als je vindt dat Amnesty International meer moet gaan doen aan de promotie van klassieke muziek uit de 16e eeuw, dan willen ze je daar niet. Dan moet je zelf een clubje oprichten.
Dan wordt je dus niet als mens uitgesloten, maar om je mening. Maar in een pluriforme maatschappij is dat niet erg. Er zijn genoeg andere clubjes en er is bovendien een ‘vrijheid van vereniging en vergadering’. Je kunt je dus met je geestverwanten organiseren onder een andere vlag.
Dus als allerlei Halleluja-types de Rijnlandse beweging willen kapen voor ideeën die er niets mee te maken hebben, dan moeten die er rücksichtslos uitgesmeten worden. Die doen maar ergens anders hun eigen ding, onder een andere benaming.
16 januari 2008 om 9:01 pmMooie uitnodiging tot zelfonderzoek voor deelnemers aan het Rijnlands Groeiprogramma en voor alle mensen daarbuiten. Goed dus dat je breder publiceerde. Dank daarvoor. En een steun in de rug voor Hester, die ik vanmiddag mocht ontmoeten en ook mocht horen over jullie programma. Succes samen en tot wederhoren …
17 januari 2008 om 1:03 amDe kernvraag is dus wat hard en wat zacht is. Als we het over organisaties hebben, dan is het antwoord op de vraag hoe we organisaties kunnen veranderen van cruciaal belang. Niet veranderen als doel op zichzelf, maar veranderen omdat de wereld verandert. Van doorslaggevend belang daarbij zijn niet de ‘harde’ factoren, maar de ‘zachte’ factoren. ‘Zacht’ is niet ‘alles zolang het maar leuk is’, maar ‘zacht’ is wel wat anders dan de autoriteit van formeel gezag. Mensen veranderen niet doordat de grote baas een mailtje gestuurd heeft dat we het vanaf maandag anders gaan doen. Dat heeft nog nooit gewerkt en zal ook nooit gaan werken. Veranderingen slagen alleen dan als de wil om te veranderen uit mensen zelf komt. En de vraag is dus hoe je mensen zo ver krijgt. Daar is leiderschap voor nodig als tegenhanger van management en bestuur. Het vermogen om mensen te inspireren op basis van een aansprekende persoonlijkheid en een heldere visie op waar we naar toe gaan.
De elektronicaketen Megapool werd waarschijnlijk goed gemanaged. Er werd goed ingekocht, de winkels netjes bevoorraad, de lonen op tijd uitbetaald en het foldertje met de aanbiedingen werd wekelijks huis aan huis bezorgd. Maar Megapool had niet vanuit een duidelijke visie een lange termijn strategie dat een antwoord moest geven op de webwinkels die elektronica tegen een veel lagere prijs aan de man brachten. En dus ging Megapool failliet. Zo ‘hard’ kan ‘zacht’ zijn.
http://www.echtleiderschap.nl
19 januari 2008 om 6:14 pmEen reactie die ik per mail kreeg van Jaap Peters:
Dank je Martin, voor deze aanzet, ..
Zelfs bij de zogenaamde Slow Management Stichting zijn er mensen geen abonnnee, kan maar zo gebeuren. Jaap Jan Brouwer zei ooit al eens in de Schuilkerk: ook Rijnlands is een doctrine, ook toen heftige discussies en irritaties onder de bezoekers.
Ik probeer geheel tegen mij gewoonte nu een brug te slaan. In dit geval tussen de hard en zacht. Zelf spreek ik echter liever over BINNEN (denken) en BUITEN (structuur). Als je denkt dat een gemengd boerenbedrijf beter is voor de dieren en het milieu (output van het ene dier is immers de input voor iets anders) en daarom verantwoord Rijnlands is, dan hoort daar een knalharde structuur bij die het ‘nieuwe’ scharrelgedrag van de dieren faciliteert, je zult dus letterlijk de stallen van de intensieve veehouderij moeten afbreken en opnieuw herbouwen, maar dan fundamenteel anders (bijvoorbeeld met uitloop naar buiten, varkens krijgen zelfs een wc – geen grapje).
Scharrelen betekent overigens voor het dier zelf dat zij (ps: de intensieve veeteelt bestaat alleen uit vrouwtjes dieren, die worden aangevoerd door slechts een haan, stier Herman of beer) zelfstandig weer op zoek moet gaan naar voer, haar eigen eten. Scharrelen klinkt romantischer (zachter) dan het is, je moet weer achter je eigen voer aan en vervolgens nadenken waar je stront deponeert. Dat is knalhard. Niets wordt meer automatisch aan- en afgevoerd door ”the system”. Kippen die te lang in de legbatterij hebben gezeten dromen mogelijk alleen maar van andere tijden (zie Chicken Run), maar zijn niet in staat ‘scharrelgedrag’ in bovenstaande zin te vertonen als ze worden vrijgelaten. Niet alleen van Angelsaksen mag je een cultuuromslag verwachten.
Ik hoop op een uitstekend scharrelei.
20 januari 2008 om 8:25 pmReactie van Harold Jansen:
Je zet het lekker scherp neer, maar ik ben het in de basis hartgrondig met je eens. Tijdens de eerste bijeenkomst was ik feitelijk al afgehaakt (ik geloof dat dat wel duidelijk was), maar dit houdt me op de been. JaapJan en ik waren gisteren getuige van een clash tussen beide denksystemen (angelsaksisch en rijnlands) en ik kan je vertellen: dan moet je als rijnlander echt stevig staan in goede, doordachte, doorleefde fundamenten. Randlijners, zoals jij ze noemt, kunnen dan alleen maar beschadigd of zelfs vermalen raken. Of, om de president-directeur van de vrije wereld te parafraseren, in The War on Memes is geen plaats voor doetjes (zelf zou ik me uiteraard anders uitdrukken
.
20 januari 2008 om 8:28 pmToch pleit ik niet voor een scheiding der geesten. Zo lees ik je oproep ook niet. Wel als een oproep tot zelfonderzoek: wil ik echt leren?
En ik ben zo vrij om deze reactie ook maar meteen te plaatsen:
Beste Rijnlanders,
Alles wat jullie tot nu toe hebben geschreven is waar. Ik sluit me daar volmondig bij aan. Toch wil ik graag een aantal kantekeningen plaatsen. Om “Rijnlands” of “Nieuw Rijnlands” te kunnen praktiseren ben ik een fanatiek aanhanger van de harde kant. Net als bij innovatie is het doen, uitproberen en ondervinden de basis van het succes. Innovatie komt nooit tot stand als je blijft plannen en filosoferen. Toch vind ik dat de zachte kant (bij tijd en wijlen) een belangrijke kant als je het gevoel van de goede weg wilt blijven behouden. Wil je succesvol zijn aan de harde kant zul je er toch ook voor moeten zorgen er genoeg mensen zijn die in ieder geval de zachte kant begrijpen. In ons groeiprogramma hoeft, wat mij betreft, die zachte kan niet meer (zo vaak) aan de orde te komen, dat ben ik helemaal met jullie eens. Maar we moeten er in de basis toch wel aan blijven werken dat de verbinding met mensen die tot op dit moment niet verder komen als de zachte kant van eminent belang is om onze missie te doen laten slagen. Vanuit deze gedachte wil ik ook graag de komende vrijdag gaan beleven. Iedereen speelt zijn rol en gebruik zijn eigen capaciteiten en vaardigheden.
Uiteindelijk heeft het kennis nemen en de onderdompeling van de zachte Rijnlandse kant mij duidelijke gemaakt wat ik al jaren wilden vertellen en mijn eigen ideeën over mensen, organisaties en maatschappij een basis gegeven waar vanuit ik in staat ben (en ik sta nog steeds aan het begin) Rijnlands denken en doen in de praktijk te brengen en uit te dragen.
Het wordt vrijdag 25 januari a.s. een geweldige dag.
Rob Lommerse
20 januari 2008 om 8:30 pmJe kunt mijn reactie lezen op: organisatieactivist.nl/ www/ rijnlands-geen- zacht-gekookt- eitje/
20 januari 2008 om 8:42 pm