Logo


29
Mrt

Happen en schatten of gewoon tellen en snappen?

Hoe iets eenvoudigs ingewikkeld gemaakt kan worden… Onlangs bogen mijn echtgenoot en ik ons over een rekenboek van onze zoon, basisschool groep 4. “Snap jij het?” vroeg ik vertwijfeld. “Laat me eens goed kijken”, zei mijn eega en trok het boek uit mijn handen. Hij (jurist) ging er eens goed voor zitten. En enkele minuten later: EUREKA! Hij had, dacht hij, een oplossing gevonden. Toen zag ik het gelukkig ook, maar ondanks dat schoot mij bij het zien van dergelijke sommen de paniek door het lijf: “als ik het met mijn dr. titel al niet snap, wat moet een kind van 8 dan?”.

Naar aanleiding van de zeer slechte rekenresultaten van onze zoon (die toch ondanks een leerstoornis echt niet dom is), heb ik me maar eens verdiept in de rekensystematieken die tegenwoordig op scholen worden gehanteerd. Realistisch rekenen heet dat. Het komt er, kort door de bocht, op neer dat kinderen eerst een plaatje moeten snappen of een zin moeten begrijpen en dan pas de som kunnen maken. En om de pagina’s extra aantrekkelijk te maken, worden ze ruim geïllustreerd met veel meer en minder relevante plaatjes. En voor kinderen die wat meer behoefte aan overzicht en structuur hebben of gewoonweg zwakke rekenaars zijn, wordt het dan al snel een onoverzichtelijke brij.
Om met de zeer ervaren RT leerkracht van onze zoon te spreken: “een ouderwetse rij met sommen werkt veel beter voor kinderen als hij.” En zijn eigen juf (ook van midden vijftig): “Eerst zouden kinderen moeten leren automatiseren, voordat je inzicht van ze kunt verwachten”.
Maar de nieuwe methodes vrágen juist om inzicht. En bieden niet één oplossingstrategie aan (zoals wij ze hebben geleerd: één die altijd werkt), maar afhankelijk van de som, moet je kiezen. Inzicht en schatten is bovendien belangrijker dan het exacte antwoord. Als je hetzelfde zou doen als je je kind leert fietsen, dan zou je al rennend naast de fiets, je kind de verkeersregels en het verkeersinzicht moeten gaan bijbrengen…….

Inmiddels begrijp ik alle kritiek die er is op het rekenonderwijs in Nederland. Zie bijvoorbeeld het zwartboek rekenen of een net verschenen boek met de veelzeggende titel “de gelukkige rekenklas”

En als je je dan verdiept in de materie en er eens met wat mensen over praat hoor je opeens allemaal zaken die het beeld bevestigen:
• Een collega wier zoon op de middelbare school onvoldoende na onvoldoende scoorde op wiskunde, ging er met haar zoon voor zitten en leerde hem staartdelingen maken (omdat ze de nieuwe methode zelf niet begreep). Hoewel het antwoord goed was, werden in zijn volgende proefwerk toch de sommen fout gerekend, want hij gebruikte “een verkeerde methode”.
• Het zoontje van een vriendin (groep 4 basisschool) die om een kladbriefje vroeg aan de juf, om optelsommen netjes onder elkaar te schijven en dan, zoals zijn moeder hem geleerd had, netjes op te tellen, werd uitgelachen door de juf. Kladbriefjes mogen niet.
• En wat te denken van dat kleine dorpsschooltje in een klein plaatsje bij Zwolle, waar de bijna pensioengerechtigde juf dwars, alle trends op het gebied van rekenen aan zich voorbij heeft laten gaan, maar waar de school de beste rekenresultaten in de wijde omtrek behaalt?
• Een kennis, die op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis werk vertelt dat er wel heel veel jonge collega’s afvallen, “omdat ze niet kunnen rekenen”.
• En een andere vriendin organiseert in het ziekenhuis waar ze werkt cursussen rekenen voor verpleegkundigen. Eerst moeten ze die met goed gevolg hebben afgelegd, voordat ze naar de eigenlijke trainingen mogen.
Zeg nu zelf: wie wil er nu een verpleegkundige op de spoedeisende hulp, die in de hectiek niet snel genoeg weet hoe het zit met de komma’s en dan maar (want zo hebben ze het geleerd) realistisch gaat schatten? Met alle gevolgen van dien

Ondanks de felle voorstanders van het realistische systeem die als een soort mantra blijven roepen dat het allemaal prima gaat, is er gelukkig hoop!
Zo is er een eind vorig jaar de Stichting goed rekenonderwijs opgericht, met in het comité van aanbeveling veel hoogleraren, maar ook namen als Bernard Wientjes en Alexander Rinooy Kan.

Met veel tamtam wordt er nu bovendien gewerkt aan maar liefst twee “nieuwe” rekenmethoden.
Allereerst Reken Zeker, waarmee kinderen “op een betrouwbare manier rekenen leren” en “Pas wanneer de kinderen voldoende geoefend hebben, komen de contextuele vraagstukken, die juist de boventoon voeren bij realistische rekenmethoden aan bod” aldus de uitgever. Vanaf 2010 op de markt verkrijgbaar.

En daarnaast Het grote rekenboek dat aangeprezen wordt met “Met dit boek krijgen ouders en kinderen eindelijk weer grip op de basisprincipes van het rekenen”. Helaas is deze methode alleen nog maar verkrijgbaar voor de groepen 6 t/m 8.

Helaas: voordat alle basisscholen hebben kunnen investeren in deze aangepaste rekenmethodes zijn we weer een flink aantal jaren verder.
Dus voorlopig moeten we het er maar mee doen. Op school door selectief te zijn en veel (vooral plaatjes) te strepen en thuis met ouderwetse rijtjes. Ook onze zoon snakt ernaar. Want “Zo begrijp ik het wél mama” zegt ons genoeg. Eerst leren fietsen dus en dan pas de verkeersregels. Logisch hé?!

| Meer..

2 Reacties bij “Happen en schatten of gewoon tellen en snappen?”

  1. 1
    H. Teerds Zegt:

    Mijn vrouw is al heel lang apothekersassistente in een ziekenhuis. Bij dat beroep hoort ook al heel lang dat elke berekening die wordt uitgevoerd door collega’s wordt gecontroleerd en nagerekend. Gelukkig maar, denk je dan als potentiëel patient.
    Maar steeds meer werk (en dus tijd en kosten) gaat zitten in het krijgen van duidelijkheid over de bedoeling van recepten door overleg met artsen en verpleegkundigen als er overduidelijk iets niet klopt aan opgegeven doses of concentraties. En wat mogelijk erger is: ook de nieuwe collega’s zijn niet meer te vertrouwen op hun rekenvaardigheden. Dat betekent dat de toch wat vervelende taak om na te rekenen steeds meer bij steeds weiniger oudere collega’s komt te liggen, of naar de apothekers zelf wordt verplaatst. Ik hoor haar ook steeds vaker klagen over gemaakte fouten, die dan steeds vaker in de diensten buiten werktijd weer met spoed moeten worden opgelost.
    Ik hoop dat ik niet de enige ben die zich zorgen maakt over de oostindische doofheid van onze ‘onderwijs’collega’s die tegen eigen observaties in hun geloof in vage en onbewezen theoriën blijven verdedigen.
    In mijn eigen volledig andere vak zie ik ook steeds meer jonge collega’s binnenkomen die niet meer ‘vakkundig’ zijn in de zin van de inhoud van een vak geleerd hebben, maar ‘onderwijskundige’, en dus wel de oplossing van alle wereldproblemen kennen, en die op school slechts een enkele mantra hebben geleerd: ‘onderwijsvernieuwing’ en ‘alles in het verleden was fout”. Als je die instelling combineert met ‘alleen onze generatie kent de waarheid’ en met het gebrek aan ervaring en kennis dat bij die levensfase hoort, is dat een angstwekkende combinatie.
    Ideologisch extremisme is vaak een recept geweest voor grote problemen. Laten we hopen dat verzet nu eens effect heeft voor de gevolgen de pan uitrijzen.

  2. 2
    G. Verhoef Zegt:

    De voorbeelden zijn legio en waar het met rekenen al in het begin mis gaat, gaat het precies zo desastreus verder met wiskunde. Op het HBO hebben studenten geen benul van de vergelijking van een rechte lijn, al weten ze precies welke knopen van de grafische rekenmachine moeten worden bediend om het plaatje te laten tekenen. Een ramp voor (oa) economische en technische studies.

    Nog zorgwekkender is de situatie bij Nederlands. Niet alleen de spelling, maar ook de structurering van teksten is beneden peil. Allemaal ontstaan vanuit dezelfde enorme onderwijskundige, didactische en pedagogische blunders: het sociaal constructivisme en de leerpiramide die beide propageren dat kennisoverdracht verkeerd is en dat kinderen het beste van elkaar leren. Deze onderwijsreligie is in dank omarmd door onderwijsbestuurders die er de uitgelezen kans in zagen om hun hoog opgeleide docenten te vervangen door onervaren en slecht opgeleide “coaches” waarmee ze twee vliegen in één klap konden slaan: minder onkosten en dus meer geld voor de periferie en de kritische ervaren krachten werd de mond gesnoerd.

    Voor de duidelijkheid: de leerlingen en de studenten vragen en masse om gewoon les, zij weten dat hun onderwijs onder de maat is en smeken om beter. Er zijn situaties waarbij stiekem college/les wordt gegeven. Zo ongeveer als bij de schuilkerken waarin destijds stiekem de mis werd opgedragen.

    De politiek weet het, Dijsselbloem was duidelijk genoeg en ook Plasterk lijkt het te begrijpen. Maar er gebeurt helemaal niets. De besturen consolideren hun machtspositie en het competentiegericht leren wordt verplicht ingevoerd in het MBO. Bij die laatste actie worden opnieuw vakbekwame leraren ontslagen en vervangen door coaches en managers (officieel en gepubliceerd beleid van het Horizon College in Noord Holland).
    Maar de politiek doet niets. Argument: de mammoettanker kan niet makkelijk van koers worden gebracht, er is al genmoeg ingegrepen in het onderwijs (Plasterk gisteren in NRC). Laat de band vooral doorspelen, dan gaan we tenminste geciviliseerd naar de sodemieter.

Laat een reactie achter.

Ontwerp & Realisatie: @Quest WebDesign.
© 2007 Stichting de OrganisatieActivist. Disclaimer